Officiële opening De WaardenMakers met boeiende talkshow

Tijdelijkheid van broedplaatsen is een zegen

De tijdelijkheid van broedplaatsen en rafelranden, zoals de Bossche Tramkade, is eerder een zegen dan een last. Dat bleek tijdens de talkshow ter gelegenheid van de opening van De WaardenMakers op 19 september. De Bossche wethouder Mike van der Geld, een van de tafelgasten, zei op een ‘ruimtelijk plan nieuwe stijl’ te broeden. “Dat moet ruimte bieden aan een plek voor makers. Je ziet dat de stad daar sterk behoefte aan heeft.”

 

Voordat hij met het plan naar buiten komt, moet duidelijk zijn waar de piketpaaltjes komen te staan, zo liet Van der Geld weten.

De talkshow in het Werkwarenhuis ging over de haat-liefdeverhouding met de rafelranden van de stad en de kracht van broedplaatsen daarin. “Mijn definitie van een rafelrand is dat er dingen worden gedaan die je elders niet ziet. Een mooi voorbeeld zijn de brugwachtershuisjes aan de Zuid-Willemsvaart, heel kleinschalig, reuze interessant”, zei de wethouder.

 

‘Een broedplaats zorgt voor een goede doorbloeding van een stad’

 

Cruciale randvoorwaarde
Bart de Zwart, docent en onderzoeker aan Fontys Hogescholen, doet onderzoek naar de functie van broedplaatsen. Volgens hem is onbestemde ruimte een cruciale randvoorwaarde voor een stad om zich te kunnen blijven vernieuwen. “Een broedplaats zorgt voor een goede doorbloeding van een stad. Een vitale stad moet zo’n plek hebben voor andersoortige initiatieven.”
Kirsti Pol, mede-initiatiefnemer van de Mengfabriek, is het daar volledig mee eens. “Elke zichzelf respecterende stad verdient een plek om te experimenten. Een blank canvas waar nog van alles kan ontstaan; aan een kleurplaat heb je niets. De vraag is of wat we doen op de Tramkade in 2025 klaar moet zijn, of dat we misschien wel een vaste stek in de stad moeten blijven.”

 

Creativiteit en innovatie
Uit het tafelgesprek bleek dat de tijdelijkheid aan de ene kant tot druk leidt, maar ook de drive is om er alles uit te halen wat erin zit. “De tijdelijkheid biedt mogelijkheden om de grenzen op te zoeken”, vindt De Zwart. En Kirsti Pol: “Elke beperking leidt juist tot creativiteit en innovatie. We hebben nog zes jaar te gaan en willen graag met de gemeente meedenken over de gebiedsvisie voor deze plek.”
Bart de Zwart pleit voor een heldere visie op stedenbouw. “Als het gaat om broedplaatsen kom je in het land veel verschillen tegen. Wat overal hetzelfde is, is dat de vastgoedmarkt een belangrijke component is. Als je als stad helder hebt waar je vandaan komt en wat je kansen en beperkingen zijn voor de toekomst, kun je vanuit deze visie broedplaatsen een plek geven in je stad.”

 

‘Het lastige aan rafelranden is dat ze veel maatschappelijke waarde creëren en tegelijk een onzekere toekomst hebben’

 

Onzekere toekomst
Volgens wethouder Van der Geld is het vormgeven van een plek als de Tramkade een hele exercitie. “Het is hartstikke mooi wat hier gebeurt, maar het is zeker niet altijd makkelijk om het samen vol te houden. Het lastige aan rafelranden is dat ze veel maatschappelijke waarde creëren en tegelijk een onzekere toekomst hebben. Daarmee lopen ze het risico het kind van de rekening te worden. Voor een termijn van tien jaar, zoals hier op de Tramkade, kun je nog investeren. Maar op een gegeven moment wil je wel weten waar je aan toe bent. Die helderheid moeten we als gemeente zo snel mogelijk verschaffen.”
Sophie Gruijters, mede-initiatiefnemer van De Graafse Akker in ’s-Hertogenbosch, hoopt dat haar broedplaats voor stadslandbouw en wijkredzaamheid ‘de open plek kan blijven die het nu is’. “De openbare ruimte is van ons allemaal. Initiatieven zoals wij die door de tijdelijkheid heen komen, moeten de kans krijgen om door te bloeien. Het is aan de politiek om dat te waarborgen.”