Debatcafé voor en door jongeren over post-coronatijd

Jongeren centraal in debatcafé over de coronasamenleving

| Als er een medicijn komt tegen corona, dan hebben jongeren daar eerder recht op dan ouderen. Dit was een van de stellingen tijdens het live debatcafé ‘Jongeren na corona’ van De WaardenMakers op donderdag 2 juli. Aanleiding was de oproep van premier Rutte aan jongeren om actief na te gaan denken over hun rol in de corona-samenleving. Het uitgangspunt: voor jongeren, dóór jongeren.

Door Stef Hankel

Het debatcafé onder leiding van ‘energieleverancier’ Tom Vaessen was sinds de corona-crisis weer het eerste live evenement bij De WaardenMakers. Tijdens het debat kregen de jongeren een aantal stellingen voorgelegd. Er was gekozen voor de Lagerhuis-vorm, waarbij aan de ene kant de voorstanders van de stelling zaten en aan de andere kant de tegenstanders. Vanwege de corona-maatregelen gebeurde dat in hybride vorm: zowel live in de broedplaats als via Zoom. Met een rood of groen object gaven zij aan of ze het eens of oneens waren met de stelling. Twee juryleden kozen uiteindelijk beiden een winnaar. Dat waren Marieke Beekers van de gemeente Breda en jonge professional Ruben Aaftink.

‘Meer recht betekent niet dat de andere groep géén recht heeft’

Recht op medicijn
Om maar meteen met de deur in huis te vallen werd het debat afgetrapt met een enigszins controversiële stelling: ‘Als er een medicijn gevonden wordt, dan hebben jongeren hier eerder recht op dan ouderen’. De stelling creëerde direct frictie en de eerste jongeren stonden meteen al op. Een van de voorstanders: “Ik ben natuurlijk voor het beschermen van de zwakkeren in de samenleving, maar meer recht betekent niet dat de andere groep géén recht heeft.” Zijn toelichting vóór de stelling: “Jongeren hebben meer recht, omdat zij veel maatschappelijker betrokken zijn en dus meer kans hebben om het virus op te lopen en te verspreiden.”
Als reactie hierop werd gezegd dat ouderen juist eerder het recht moeten hebben op een medicijn. “Zij zijn het rijkst en geven het meeste uit. Als wij de economie draaiende willen houden, is het essentieel dat deze groep als eerste het medicijn krijgt.”

Studeren tijdens corona
‘Studeren in corona is het beste dat een student kan overkomen’. Dit was de tweede stelling. Een tegenstander: “Ik heb ADHD en mis nu de ondersteuning die ik anders wel zou krijgen. Vooral de structuur mis ik.”
“Dat begrijp ik heel goed”, zei een voorstander, “maar tegelijkertijd opent thuiswerken de mogelijkheid tot nieuwe manieren van digitaal werken. Hier word ik ook creatiever van.” Daar was niet iedereen het mee eens. “Ik word helemaal niet creatiever van achter mijn computer zitten. Sterker nog, ik wordt er heel gedemotiveerd van.”
Het begrip ‘studeren’ werd door de tegenstanders wat ruimer genomen. “Studeren is meer dan alleen studeren. Als je het sociale aspect van studeren kwijt raakt, dan word je heel eenzaam.”

‘Ik denk niet dat er nu iemand mínder eenzaam is geworden’

Eenzaamheid
Eenzaamheid onder jongeren is een vaak onderschat probleem. Met de social distancing ligt de druk op sociaal contact hoger dan ooit. De stelling hierbij was dan ook: ‘Jongeren zijn eenzamer door corona’. Er werd bij deze stelling door de voorstanders gerefereerd aan wat de tegenstanders bij de vorige stelling aangaven: studeren is meer dan alleen studeren. Een van de voorstanders: “Als het van nature niet echt je ding is om snel af te spreken met vrienden, verwacht ik dat het nu nog lastiger is.” Als tegengeluid zei een van de opponenten: “Ik snap dat je je vrienden minder vaak ziet, maar daarentegen zijn we nu meer met familie samen. Er is dus contact weggevallen, maar tegelijkertijd ook meer contact bijgekomen.” Ook via Zoom waren er veel voorstanders van deze stelling: “Ik denk niet dat er nu iemand mínder eenzaam is geworden.”